Voedselveiligheid en traceerbaarheid zijn noodzakelijke randvoorwaarden
om als pakstation de toekomst in te gaan. In alle kwaliteitssystemen,
bijvoorbeeld IKB en KAT, dient traceerbaarheid geborgd te zijn. De
EU-verordening 178/2002, ook wel genaamd 'General Food Law' legt zelfs
de verplichting op om traceerbaarheidssytemen in te richten.
Traceerbaarheid
kent twee richtingen. Op basis van het unieke pluimveehoudersnummer op
het ei kan een consument altijd traceren waar een ei is geproduceerd
(tracing back). Veel lastiger is het om na te gaan waar de eieren van
een bepaalde pluimveehouder, stal, koppel en/of legdatum uiteindelijk
zijn terechtgekomen (tracking forward). Dit wordt extra bemoeilijkt
doordat veel eieren in pakstations worden gesorteerd voordat er een
verkooporder voor die eieren is. Dit betekent dat deze eieren voor de
voorraad worden gesorteerd en pas later worden toegewezen aan een
verkooporder.
In geval van een recall, het terughalen van
bepaalde eieren, zal uw klant niet zelf alle eieren willen controleren
op een bepaalde stempeltekst op het ei. Uw klant wil weten in welke aan
hem geleverde omdoos, krat, display of pallet die eieren zijn ingepakt
en u wilt graag weten aan welke klant die eieren zijn afgeleverd.
In
het pakstation moeten de omverpakkingen daarom worden voorzien van een
unieke code waaruit kan worden opgemaakt welke eieren in die
omverpakking zijn verpakt. BCS heeft daartoe de oplossing Ovotrack
ontwikkeld. Ovotrack is zowel stand-alone als geïntegreerd met
bestaande informatiesystemen verkrijgbaar.